Niet goed leesbaar? Open in een nieuw venster

januari 2017

Nieuws voor decentrale overheden

  Uit de praktijk  

RBG geeft goed voorbeeld

De Regionale Belasting Groep (RBG) zorgt voor maatwerk en persoonlijk contact bij de invordering van de aanslag voor waterzuiveringsheffing. Andere overheden kunnen daar een voorbeeld aan nemen, vindt de ombudsman.
De ombudsman stelt dat de RBG de spelregels uit zijn rapport In het krijt bij de overheid (2013) goed in de praktijk brengt. Zo zoekt de organisatie actief contact met mensen die financiële problemen hebben met betalen.
Een klein verbeterpunt kan de RBG nog maken door mensen actiever te informeren over de mogelijkheden rond betalingsregelingen.
 
Goed voorbeeld voor andere organisaties
Omdat veel overheidsinstanties te maken hebben met invorderingen en er instanties zijn die de kwijtscheldingsregeling voor mensen met een laag inkomen willen afschaffen, vraagt de ombudsman aandacht voor de manier waarop de RBG hiermee omgaat. Hij wijst op drie belangrijke spelregels die de RBG goed in acht heeft genomen:
 
Wees flexibel bij betalingsregelingen en kwijtschelding
De RBG is flexibel in het aanbieden van een betalingsregeling en houdt rekening met de financiële situatie van individuen. Zelfs als de RBG een dwangbevel verstuurt, krijgen mensen nog de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. De organisatie gaat coulant om met de incasso van invorderingskosten. In schrijnende situaties is er de mogelijkheid om een vordering oninbaar te verklaren. De medewerkers die mensen te woord staan zijn daar speciaal voor opgeleid. Zij kunnen dus maatwerk bieden en rekening houden met iemands persoonlijke omstandigheden.
 
Persoonlijk contact loont: daarmee komt maatwerk in zicht
De RBG zet persoonlijk contact in op het moment dat er nog geen sprake is van dwanginvordering. Een aantal dagen voordat de betaaltermijn van de eerste beschikking verloopt, neemt de RBG al telefonisch contact op met mensen die nog niet betaald hebben en geen betalingsregeling hebben. De RBG verkent in die gesprekken waarom iemand niet betaalt of reageert. Vaak komt er dan alsnog een betalingsregeling tot stand of krijgt iemand de mogelijkheid aan te tonen dat hij slechts beschikt over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet.
 
Bescherm de beslagvrije voet
De ombudsman kan het niet vaak genoeg zeggen: mensen hebben recht op een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet. De RBG neemt dat in acht, door mensen vroegtijdig in een persoonlijk gesprek te wijzen op hun rechten. De RBG gaat daarbij verder dan wettelijk is voorgeschreven. Door in deze fase al rekening te houden met de beslagvrije voet, kunnen kostenverhogende dwanginvorderingsmaatregelen worden voorkomen.
 
Meer weten? Lees meer in de brief van de ombudsman van 6 december 2016. Neem voor meer informatie contact op met de behandelaar van deze zaak Albertien Meulenaar, (070) 356 3530, a.meulenaar@nationaleombudsman.nl  

Acht tips voor behoorlijke schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening is vaak een complex geheel waar verschillende overheidsinstanties bij betrokken zijn. De ombudsman publiceert tips voor behoorlijke schuldhulpverlening waarin de burger met financiële problemen centraal staat en wordt geholpen.
De Nationale ombudsman geeft 8 tips aan schuldhulpverleners voor behoorlijke schuldhulp. Aanleiding is zijn onderzoek naar de schuldhulpverlening door Stadsbank Oost Nederland aan een vrouw waaruit een aantal verbeterpunten naar voren kwamen.
Zo duurde het lang voordat haar schuldregeling tot stand kwam, was het verloop van het traject haar onduidelijk en werd zij onvoldoende geïnformeerd over de voortgang. Haar situatie is een typisch voorbeeld van de knelpunten en drempels die mensen ervaren in de schuldhulpverlening. De ombudsman schetste die eerder in zijn rapport 'Burgerperspectief op schuldhulpverlening'. De ombudsman verwacht daarom dat ook andere schuldhulpverleners hun voordeel kunnen doen met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport over Stadsbank en de 8 tips
  1. Beslist u over een vraag om schuldhulpverlening? Laat in die beslissing ook altijd weten dat iemand de mogelijkheid heeft bezwaar te maken tegen de beslissing.
    De beslissing op een verzoek om schuldhulpverlening is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat u deze beslissing schriftelijk moet nemen en dat de beslissing een bezwaarclausule moet bevatten.
  2. Geef iemand bij de start van zijn schuldregelingstraject een overzicht van het verloop. Geef ook een korte uitleg van de verschillende stappen in het traject en van moeilijke begrippen.
    Zo weet iemand tijdens het traject in welke fase hij zit en kan hij de betekenis van moeilijke begrippen terugzoeken.
  3. Wijs in de uitnodiging voor een gesprek op de mogelijkheid iemand mee te nemen en/of om het gesprek op te nemen.
    Op deze manier kan iemand na afloop van het (intake)gesprek nog eens terugvragen of -luisteren wat er in het gesprek allemaal aan de orde is geweest.
  4. Bied overzicht van stukken die zijn ingeleverd of nog moeten worden ingeleverd. 
    Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een checklist.
  5. Informeer iemand als een nieuwe stap in het schuldregelingstraject volgt. Geef aan wat u op dat moment van hem of haar verwacht en wat de vervolgstap is.
    Voorbeelden van stappen in het traject zijn het toezenden van de schuldregelingsovereenkomst en een brief over het slagen of mislukken van de minnelijke regeling.
  6. Stuur aan op korte doorlooptijden van het schuldregelingstraject.
    Een korte doorlooptijd verbetert de effectiviteit van de schuldhulpverlening. Bovendien zorgt het ervoor dat iemand niet verder in de problemen komt.
  7. Zorg ervoor dat iemand één vaste contactpersoon heeft tijdens het schuldregelingstraject. Houd persoonlijk contact.
    Verschillende contactpersonen zorgen voor verwarring. Het is voor iemand onduidelijk bij wie hij terecht kan met zijn vraag. Een vaste contactpersoon kan ervoor zorgen dat de vraag bij de juiste persoon in de organisatie terecht komt.
  8. Voer samen het budgetbeheer uit. Informeer iemand op tijd als er een probleem lijkt te ontstaan en zoek dan samen naar een duurzame, structurele oplossing.
    Uitgangspunt is dat de schuldhulpverlener het budget samen met de schuldenaar in de gaten houdt en periodiek controleert of het budgetplan nog toereikend is. 
Meer weten? Neem contact op met de behandelaar van deze zaak: Mirjam Riemens, (070) 356 3581, m.riemens@nationaleombudsman.nl 

Ingewikkelde zaken goed uitleggen

Door onduidelijke informatie van de gemeente liep een inwoner een tegemoetkoming in de huishoudelijke kosten mis. De gemeente is op dit punt tekortgeschoten, vindt de ombudsman.
Een inwoonster van de gemeente Utrecht kreeg in 2015 als gevolg van wijzigingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de regelgeving over de eigen bijdrage minder huishoudelijke hulp.
Ze vroeg zich af of ze een beroep kon doen op de Huishoudelijke hulptoelage (Hht-regeling) van de rijksoverheid, ook wel het ‘Van Rijnpotje’ genoemd. Ze informeerde bij de gemeente hoe hoog haar eigen bijdrage zou worden en of ze met een beroep op die regeling goedkope huishoudelijke hulp kon inkopen. 
 
Duurder uit door foute uitleg
In eerste instantie kreeg ze te horen dat ze naast haar Wmo-uren de zogeheten Hht-uren tegen een gunstig tarief kon inkopen. Maar vervolgens kreeg ze een algemene brief van de gemeente waarin het gewijzigde beleid op het gebied van hulp bij het huishouden werd toegelicht. Die brief bracht haar in verwarring. Ze vroeg de gemeente daarom opnieuw om uitleg en kreeg dezelfde toelichting als bij het eerste contact. Maar toen haar eigen bijdrage voor de Wmo bekend was geworden en ze weer om uitleg vroeg, kreeg ze te horen dat ze voordeliger uit was geweest als ze het anders had aangepakt. De vrouw had beter haar Wmo-uren kunnen ‘bevriezen’ en uitsluitend Hht-uren inkopen.
 
Kijken vanuit het perspectief van de burger en begrijpelijke informatie geven
De ombudsman oordeelt dat de gemeente tekort is geschoten in haar verplichting om de inwoonster niet alleen spontaan, maar ook toen ze erom vroeg, te voorzien van eenduidige en begrijpelijke informatie. De gemeente had beter moeten uitleggen wat de Hht-regeling voor haar betekende in het jaar 2015.
 
Lees meer in het rapport 2016/101 en de Informatiekaart van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (augustus 2014).
Meer weten? Neem contact op met de behandelend medewerker Minka Tegelaar, (070) 850 6918, m.tegelaar@nationaleombudsman.nl 

Volledig informeren over bijstandsaanvraag 27+

De Nationale ombudsman onderzoekt of er meer gemeenten zijn die bijstandsaanvragers van 27 jaar en ouder niet volledig informeren over hun rechten.
Sommige gemeenten hanteren voor mensen van 27 jaar en ouder een zoektermijn voordat zij een bijstandsuitkering kunnen aanvragen en informeren deze mensen niet volledig over hun rechten.
Dat is niet conform de Participatiewet, zo oordeelde de ombudsman het afgelopen jaar in een rapport over de gemeente Krimpenerwaard, die op dit punt in strijd handelde met het vereiste dat de overheid betrouwbaar moet zijn. Eerder stelde de Nationale ombudsman hetzelfde vast over de gemeente Enschede. Deze laatste gemeente heeft haar procedure van de bijstandsaanvraag destijds aangepast en de informatieverstrekking hierover in overeenstemming gebracht met de Participatiewet. De gemeente Krimpenerwaard heeft de Nationale ombudsman inmiddels laten weten, hetzelfde te zullen doen.
 
Staatssecretaris bevestigt verplichting gemeenten
De rapporten van de Nationale ombudsman waren aanleiding voor Kamervragen. In de beantwoording hiervan, op 5 december 2016, bevestigt staatssecretaris Klijnsma van Sociale zaken en Werkgelegenheid nog eens dat het college van B&W, op grond van de Participatiewet, verplicht is een bijstandsaanvraag van personen van 27 jaar en ouder direct in behandeling te nemen en ook tijdig een voorschot te verlenen.
 
Hoe zit het bij andere gemeenten?
De ombudsman heeft onlangs alle bij hem aangesloten gemeenten en de ombudsvoorzieningen van de andere gemeenten aangeschreven en zijn standpunt onder de aandacht gebracht. Hij verzoekt gemeenten na te gaan of de wijze waarop de bijstandsverlening aan 27-plussers is geregeld in overeenstemming is met de Participatiewet. En als dat niet zo mocht zijn, maatregelen te nemen om er wel aan te voldoen. De ombudsman blijft wat dit onderwerp betreft een vinger aan de pols houden.
 
Lees meer in het rapport 2016/098. Over dit onderwerp schreef de ombudsman ook een column (27 november 2016).
Meer weten? Neem contact op met de behandelaar van deze zaak: Ditte Lubbersen, (070) 356 3559, d.lubbersen@nationaleombudsman.nl  

Opname-apparatuur tegen ruis in de communicatie

De ervaring tot nu toe met de Spelregels Geluidsopnamen is positief, aldus de ombudsman. De ombudsman moedigt vooral gemeenten aan om met de spelregels aan de slag te gaan. Hij voorziet namelijk dat gemeenten er vaker vragen over zullen krijgen nu zij vanwege de decentralisatie meer en meer zaken rechtstreeks met de burger moeten regelen, bijvoorbeeld tijdens het keukentafelgesprek.
Overheden ondervinden weinig problemen als burgers aangeven geluidsopnames van een gesprek te willen maken, zo blijkt uit een vervolgonderzoek van de ombudsman. Twee jaar geleden publiceerde hij spelregels voor het maken van geluidsopnamen.
Die bieden overheidsinstanties houvast om de vraag van een burger om een geluidsopname te mogen maken goed te kunnen behandelen. De aanleiding daarvoor kwam uit klachten waaruit bleek dat overheidsinstanties verschillend reageren op zo'n verzoek. De ombudsman ziet wel dat overheidsinstanties soms dilemma’s tegenkomen. Zo kunnen er problemen ontstaan als de burger zich niet aan de spelregels houdt en stiekem opnamen maakt. Er is dan geen zicht op het gebruik voor andere doeleinden, wat de privacy van mensen in het gedrang kan brengen.
 
Geluidsopname helpt om informatie nog eens te beluisteren
De ombudsman is ervan overtuigd dat de spelregels bijdragen aan duidelijkheid over wat burger en overheidsinstanties van elkaar mogen verwachten. Juist door transparant te zijn, neem je als overheid de behoefte om stiekem opnamen te maken bij burgers weg. En door over de achterliggende motieven van burgers in gesprek te gaan kan er al veel 'kou uit de lucht' worden gehaald.

Lees meer in het rapport 2016/105. Of lees de Spelregels voor het maken van geluidsopnamen. Meer weten? Neem contact op met Annemarie Tuzgöl,  (070) 356 3532, a.tuzgol@nationaleombudsman.nl  
  In het veld  

BRP-inschrijving: dilemma's en oplossingen

Ieder mens moet zich kunnen inschrijven in de BRP, zo concludeerde de ombudsman onlangs. Wat betekent dit in de dagelijkse praktijk van gemeenten? Dilemma’s maar ook oplossingen, zo blijkt uit enkele voorbeelden.
 
Iedere burger moet zich kunnen inschrijven in de BRP, vindt de ombudsman. Want wie niet is geregistreerd kan geen aanspraak maken op sociale voorzieningen. Vooral voor kwetsbare mensen is dat een groot risico.
Gemeenten moeten daarom maatwerk bieden en de persoonlijke situatie van een burger integraal benaderen. Goede voorbeelden die de ombudsman meemaakt komen daarom in deze nieuwsbrief aan de orde, om gemeenten te helpen die aanpak in de praktijk te brengen.
 
       
       
Maatwerk: inschrijving op briefadres
Een echtpaar moet vanwege ziekte hun huis verkopen. Ze gaan tijdelijk in een vakantiewoning in een andere gemeente wonen maar daar kunnen zij zich niet inschrijven in de BRP. Hierdoor krijgen ze veel problemen. Met de Belastingdienst, de SVB, het UWV en andere instanties. De vrouw schrijft een ‘brandbrief’, onder andere aan de gemeente waar ze werkt, de gemeente van de vakantiewoning en de gemeente waar ze eerst woonde. Mede door interventie van de ombudsman bij die laatstgenoemde gemeente wordt ze uiteindelijk ingeschreven op een briefadres, hoewel ze er feitelijk nog niet woont. De gemeente stelt wel als voorwaarde dat de vrouw een plan van aanpak ondertekent waarin staat dat ze bepaalde stappen onderneemt om zich weer binnen de gemeente te vestigen. De inschrijving op het briefadres geeft het echtpaar de kans een aantal andere problemen aan te pakken en diverse voorzieningen aan te vragen, zodat ze hun leven weer op de rit kunnen krijgen.
 
Kennis uitwisselen over tijdelijke bewoning
De gemeente Stichtse Vecht heeft op 1 december 2016 een experimenteersessie georganiseerd rondom het onderwerp BRP-inschrijvingen, waaraan ook twee medewerkers van de Nationale ombudsman deelnamen. In deze gemeente doet zich regelmatig het probleem voor dat mensen tijdelijk op een recreatiepark wonen bijvoorbeeld als zij verhuizen, maar nog niet in hun nieuwe woning terecht kunnen. Tijdelijk verblijf op een recreatiepark biedt dan een uitkomst. Mensen moeten dan officieel ingeschreven worden op het recreatiepark, maar tegelijkertijd moet de gemeente handhaven omdat wonen op een recreatiepark in strijd is met het bestemmingsplan. Een bekend probleem voor veel gemeenten!
 
Bij de experimenteersessie hebben ambtenaren van burgerzaken en andere afdelingen en enkele externe partijen gebrainstormd over oplossingen. Allen zien het belang van een BRP-inschrijving in, maar zij benoemen ook verschillende knelpunten. Zo is regelgeving soms tegenstrijdig of staan regels in de weg om mensen in te schrijven. Om dat op te lossen is maatwerk nodig en afstemming tussen betrokken afdelingen, zoals burgerzaken, sociale zaken en handhaving. Bij maatwerk zou het moeten gaan om tijdelijke oplossingen, zoals een afspraak met de afdeling handhaving om het wonen in een recreatiewoning voor een half jaar te gedogen. Dit geeft een bewoner de ruimte om orde op zaken te stellen.
 
De gemeente Stichtse Vecht gaat bekijken op welke wijze deze resultaten in de praktijk vormgegeven kunnen worden. De ombudsman vindt de experimenteersessie een positief initiatief om de mogelijkheden om burgers ingeschreven te houden te onderzoeken. Hij zal met belangstelling volgen hoe de gemeente het onderwerp verder oppakt.
 
Meer publicaties van de ombudsman over inschrijving in de BRP  

Werkbezoek in het land

Op 6 december bezocht de Nationale ombudsman de gemeente Zeist voor een gesprek met burgers en ambtenaren. Hij vindt het belangrijk het land in te gaan om met mensen te praten over hun contact met de overheid.
 
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen bezoekt elke maand steeds een andere gemeente. Het werkbezoek aan de gemeente Zeist was bijzonder, omdat hij deze dag werd gevolgd door een tv-ploeg van Eén Vandaag. Kijk naar de uitzending van 28 december.
Behalve met burgers sprak Van Zutphen ook met ambtenaren, onder andere over de BRP, handhaving, ‘veelvragende’ burgers en klachtbehandeling in het Sociaal Domein. Verder bezocht hij een wijkcentrum en sprak hij met bewoners van een woonwagenlocatie.
  Blik vooruit  

De beste wensen voor 2017

Het nieuwe jaar is net begonnen als u dit leest. Wij hopen dat 2017 voor u en uw naasten een mooi jaar zal zijn en wensen u alle goeds toe!

                 
 

Participatiewijzer aangepast

De Participatiewijzer, waarin spelregels staan om goed om te gaan met burgerparticipatie, wordt in 2017 aangepast. Reden is dat gemeenten steeds vaker burgers ondersteunen en meedenken met hun plannen. Overheidsparticipatie dus, die ook op een heldere en duidelijke manier moet plaatsvinden.

 
 
In 2009 bracht de Nationale ombudsman de Participatiewijzer uit, met spelregels om burgers op een zorgvuldige en behoorlijke manier bij gemeentelijk beleid te betrekken. De Participatiewijzer schept bijvoorbeeld duidelijkheid over het vooraf maken van heldere keuzen, een constructieve houding en de informatieverstrekking.
Perspectief verschuift
Inmiddels zijn we enige jaren verder en is het perspectief steeds meer verschoven van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. De ombudsman heeft daar in de afgelopen tijd een aantal rapporten over uitgebracht. Begin dit jaar beschreef het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) de spanning die er kan ontstaan tussen participatie (van burgers) en representatie (van raadsleden) en noteerde: “Bij de grote rol die participatie wordt toegedicht, mag en kan het beginsel van representatie niet uit het oog raken. Het Nederlandse politieke bestel is een representatieve democratie: burgers kiezen in vrije verkiezingen de vertegenwoordigers die hen representeren, op alle drie de overheidslagen. Aangevuld met enkele ‘checks and balances’ is dit het systeem dat het algemeen belang in ons land moet borgen. Participatieve democratie kan daarop aanvullend zijn, maar is niet van gelijk gewicht daarmee, anders zou bij voortduring onduidelijk zijn bij welk van de twee beginselen (representatie of participatie) het mandaat ligt om beslissingen te nemen.”
 
Burgerperspectief voorop
In zijn brief van 2 november 2016 stelt de Nationale ombudsman zich op het standpunt dat het burgerperspectief voorop dient te staan.” Waar vroeger vooral de nadruk lag op de leidende rol van de gemeente, is nu veel meer de vraag wie nu eigenlijk participeert. De burger of de gemeente. Burgers moeten (ook) een serieuze leidende rol kunnen vervullen, waarbij de overheid ondersteunend en geïnteresseerd meedenkt.” Met de vernieuwde Participatiewijzer krijgen ook de ontwikkelingen rondom overheidsparticipatie hun beslag.   
 
Meer informatie
Lees meer in het rapport 2016/085 over de gemeente Amersfoort en in de brief van 2 november 2016 aan de gemeente Peel en Maas. Lees meer in het rapport Niet buiten de burger rekenen! Van het SCP
 
Meer weten? Neem contact op met Jan Prins,( 070) 356 3534 of j.prins@nationaleombudsman.nl  

Onderzoek naar klachten en boa's

Er komen steeds meer buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's), zoals stadswachten, treinconducteurs en boswachters. Maar hoe zit het met de klachtenregeling en informatie daarover? De ombudsman onderzoekt dit nu.
 
Het aantal boa's in Nederland is de afgelopen jaren sterk toegenomen naar circa 23.500 personen. Zij worden veelvuldig ingezet om toezicht te houden, regels te handhaven en strafbare feiten op te sporen.
Hoewel er jaarlijks relatief weinig klachten binnenkomen bij de ombudsman, is het belangrijk om goed in kaart te brengen hoe de klachtbehandeling over boa’s is geregeld. Weten burgers bijvoorbeeld wel waar zij met hun klacht terecht kunnen? Welke informatie verstrekken de instanties hierover? De ombudsman wil in gesprek met boa-werkgevers, toezichthouders en direct toezichthouders de antwoorden in kaart brengen. Daarnaast zijn er in november en december 2016 via een speciaal meldpunt signalen van burgers binnengekomen. De ombudsman verwacht zijn onderzoek in februari 2017 af te kunnen ronden.
 
Meer weten? Neem contact op met de behandelend medewerker: Mirjam Riemens, (070) 356 3581, m.riemens@nationaleombudsman.nl
  En verder..  

Landelijke coördinatie berging van vliegtuigwrakken nodig

Gemeenten blijken verschillend om te gaan met verzoeken van nabestaanden om vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog te bergen. Een onwenselijke situatie, vindt de Veteranenombudsman.
 
Reinier van Zutphen is behalve Nationale ombudsman ook Veteranenombudsman. In die hoedanigheid heeft hij bij minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn zorg geuit over de ongelijke behandeling van nabestaanden bij de berging van vliegtuigwrakken.
In de praktijk beslissen gemeenten verschillend over de berging van vliegtuigwrakken. Dat betekent dat op verzoek van nabestaanden soms wel wrakken worden geborgen, en soms niet. Vanuit het perspectief van de burger is dit een onwenselijke situatie. Betrokken partijen hebben bij de Veteranenombudsman aangegeven dat landelijke coördinatie op dit punt wenselijk is.
 
De aanleiding was een klacht die de Veteranenombudsman ontving van de Stichting Berging Stirling W7630. De gemeente Echt-Susteren had besloten niet over te gaan tot berging van het wrak van een bommenwerper met daarin nog een deel van de Engelse bemanning. De wens van de stichting werd mede ondersteund door verzoeken van directe familieleden van de omgekomen bemanning. De Stafofficier Vliegtuigberging adviseerde om het wrak te bergen. Volgens de gemeente was er echter geen ontploffingsgevaar en dus geen noodzaak tot bergen.
 
Lees de brief die de Veteranenombudsman naar de minister stuurde. Meer weten? Neem contact op met de behandelaar van deze zaak: Matthijs van der Hoeven, (070) 850 6920, m.vanderhoeven@nationaleombudsman.nl 

Kinderrechtenmonitor: grote opdracht voor lokale overheid

De Kinderombudsman formuleert tien fundamentele zorgpunten op basis van vijf jaar monitoring van kinderrechten in Nederland. Zo zijn de lokale voorzieningen voor kwetsbare kinderen nog niet op niveau en er blijft extra inspanning nodig om armoede onder kinderen te bestrijden.
In de Kinderrechtenmonitor 2016 brengt de Kinderombudsman in kaart welke veranderingen er zijn in wetgeving en beleid en in hoeverre voorzieningen voor kinderen voldoen aan de eisen uit het Kinderrechtenverdrag.
Het rapport gaat onder andere in op de toegang tot de jeugdzorg, evenals preventie van kindermisbruik en de bestrijding van armoede.
 
Grote verantwoordelijkheid voor lokale overheid
De Kinderombudsman stelt dat lokale overheden een steeds grotere verantwoordelijkheid hebben in het zorgen voor het welzijn van kinderen en het creëren van kansen. Bijvoorbeeld voor kinderen die jeugdhulp nodig hebben of te maken hebben met geweld. Voor beide groepen geldt dat hun problemen niet op tijd gesignaleerd worden, er soms gewacht moet worden op hulp of niet de juiste hulp geboden wordt. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede is de afgelopen vijf jaar met 80.000 toegenomen. Ook zij zijn afhankelijk van de lokaal ingerichte voorzieningen en die verschillen per gemeente. Verder stelt de Kinderombudsman vast dat de groei aan taken van decentrale overheden nieuwe vragen opwerpt over de verantwoordelijkheid voor kinderrechten. 
 
Meer weten? Lees meer in de Kinderrechtenmonitor 2016. Of neem contact op via info@dekinderombudsman.nl of telefoonnummer 0800 8765432
 
0800- 33 55 555
Op werkdagen van 09.00 tot 17.00
© copyright 2017 | www.nationaleombudsman.nl | colofon
De Nationale Ombudsman
Bezuidenhoutseweg 151
2594 AG Den Haag
afmelden | gegevens wijzigen