Copy
 
 
Wordt deze mail niet goed weergegeven?
17/02/17
 
 
full_img
 
 
Premier Rutte: “Er worden in Nederland te weinig tandartsen opgeleid"

Belangrijk signaal aan vooravond van debat over mondzorg en taakherschikking

 
De Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) is blij met de erkenning van premier Mark Rutte dat er in Nederland te weinig tandartsen worden opgeleid. Dit is namelijk exact waar het allemaal om draait in de mondzorg. Het huidige kabinetsbeleid zorgt voor een steeds groter wordend tekort, dat dankzij de grote instroom van  in het buitenland opgeleide tandartsen wordt gemaskeerd. Met de komende uitstroom van tandartsen die met pensioen gaan en de groeiende zorgvraag van (kwetsbare) ouderen, dreigt het tandartstekort onbeheersbaar te worden. De door het kabinet voorgestelde taakherschikking richting de mondhygiënist is een poging dit tekort op te gaan vangen, maar ook dit is slechts een noodgreep die bovendien grote risico's met zich meebrengt. Met taakherschikking dreigt juist de preventie bij de jeugd in de knel te komen, met alle levenslange gevolgen van dien. Conclusie is dan ook dat met deze oplossing de mondzorg alleen maar duurder wordt, zonder enige gezondheids- of kwaliteitswinst.
 
Op 21 februari aanstaande vindt er in de Kamer een belangrijk overleg plaats over de toekomst van de mondzorg. De ANT heeft als dé beroepsorganisatie voor tandartsen een paar prangende vragen voor minister Schippers. Wij bespreken met u in deze politieke nieuwsbrief 13 vragen, die wij graag zouden willen stellen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.  De vragen gaan over het tekort aan in Nederland opgeleide tandartsen, de voorgenomen AMvB over taakherschikking en de noodzakelijke focus op preventie in plaats van curatie.
 
 
   Lees de nieuwsbrief in pdf  
 
full_img
 
img_185X240
 
1. Tekort aan in Nederland opgeleide tandartsen

 
Het Capaciteitsorgaan Mondzorg luidt al jaren de noodklok over het tekort aan in Nederland opgeleide tandartsen. In rapporten uit 2010 en 2013 wordt de minister van VWS hier nadrukkelijk op gewezen. Er zijn 240 opleidingsplaatsen beschikbaar, dat zouden er minimaal 287 moeten zijn (of beter nog 374, indien Nederland niet volledig afhankelijk wil worden van buitenlandse tandartsen). De vraag naar tandartsen gaat de komende 20 jaren een piek bereiken vanwege een oudere generatie, die dankzij het preventiebeleid veel langer het eigen gebit behoudt. De (natuurlijke) uitstroom van tandartsen door pensioenering bereikt de komende 10 jaren eveneens een piek.
 
 
 
 
Waarom heeft VWS de adviezen van het eigen Capaciteitsorgaan genegeerd?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
2. VWS zet subsidie stop

 
VWS heeft de subsidie aan het Capaciteitsorgaan Mondzorg begin 2014 stopgezet. Daarmee werd een belangrijke informatiestroom rond taakdelegatie en taakherschikking afgesneden. Dit is ook het verwijt van de sector aan VWS: er mag blijkbaar niet op feiten gestuurd worden, het beleid wordt niet evidence-based opgedrongen.
 
 
 
 
Kan de minister aangeven waarom deze subsidie is stopgezet?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
3. De helft van alle tandartsen komt uit het buitenland

 
Volgens het CIBG - de uitvoeringsorganisatie van VWS - zijn er in 2016 niet minder dan 264 tandartsen ingeschreven met een buitenlands diploma (met tandartsen uit Afghanistan tot Zwitserland) tegen slechts 225 met een Nederlands diploma. In dit tempo zal de helft van alle tandartsen over 5 jaar uit het buitenland afkomstig zijn.
 
 
 
 
Vindt de minister het verantwoord, dat binnenkort de helft van de in Nederland werkzame tandartsen een buitenlands diploma heeft?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
4. Fiscale regeling buitenlandse tandartsen kost € 20 miljoen per jaar

 
Veel van deze buitenlandse tandartsen profiteren van de zogenaamde fiscale ‘30%-regeling’ voor ingekomen werknemers. Het Gerechtshof in Den Bosch heeft in 2013 bepaald dat de regeling van toepassing is op tandartsen, omdat er - tegen de opvatting van de belastingdienst in - wel degelijk sprake is van een tekort in Nederland: immers in de helft van de behoefte wordt voorzien door buitenlandse instroom. Een situatie die volgens het Gerechtshof nog tot 2028 onveranderd zal blijven. Berekeningen tonen aan dat deze maatregel de Nederlandse schatkist jaarlijks € 20 miljoen kost.
 
 
 
 
Vindt de minister het feit dat buitenlandse tandartsen gebruik mogen maken van de 30%-regeling een verantwoorde besteding van overheidsgelden?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
5. Praktische problemen en de invloed op de kwaliteit van de mondzorg

 
De buitenlandse tandartsen komen uit 62 verschillende landen, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten. Het Capaciteitsorgaan heeft in dit licht al in 2013 gewezen op een aantal praktische problemen en de invloed hiervan op de kwaliteit van de mondzorg. Problemen die zich kunnen voordoen zijn bijvoorbeeld taal- en communicatieproblemen, onvoldoende kennis van de Nederlandse wet- en regelgeving, andere opvattingen over de rol van vrouwen in het mondzorgproces, geen ervaring met mondhygiënisten, weinig ervaring met het teamconcept en delegatie c.q. herschikking en onbekendheid met Europese medicatie (-richtlijnen).
 
 
 
 
Onderkent de minister de praktische problemen en de invloed op de kwaliteit van de zorg door de grote afhankelijkheid van buitenlandse tandartsen?
 
 
 
 
full_img
 
img_185X240
 
6. Opleidingsplaatsen voor tandartsen verlaagd

 
Met de brief aan de Tweede Kamer van 16 maart 2012 heeft de minister aangegeven volledig te willen inzetten op taakherschikking als oplossing voor het capaciteitsprobleem. In dat kader is het aantal opleidingsplaatsen voor tandartsen al in 2006 verlaagd van 300 naar 240. Mondhygiënisten zouden vooral curatieve taken van tandartsen moeten overnemen en de bewust gecreëerde schaarste zou taakherschikking gaan afdwingen.
 
 
 
 
Is de minister van mening dat dit beleid succesvol is geweest? Welke problemen zijn er tot op heden mee opgelost?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
7. Belangrijke stakeholders niet uitgenodigd

 
Minister Schippers heeft in haar brief aan de Tweede Kamer van 13 december jl. aangegeven een overleg te plannen met alle stakeholders om taakherschikking en de beoogde AMvB te bespreken. Dit overleg heeft inmiddels plaatsgehad op 7 februari. Echter, naast de tandartsen (KNMT en ANT) en mondhygiënisten (NVM) waren slechts het Zorginstituut Nederland (ZiN) en de Inspectie (IGZ) uitgenodigd. Dit betekent dat belangrijke stakeholders zoals patiëntenorganisaties en de zorgverzekeraars niet zijn uitgenodigd. De ANT heeft hierover een brief aan de minister gestuurd.
 
 
 
 
Kan de minister aangeven waarom de belangrijkste stakeholders (patiënten en zorgverzekeraars) niet zijn uitgenodigd voor het overleg op 7 februari?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
8. Beleid wordt gebaseerd op het rapport Commissie Linschoten?

 
VWS geeft al jaren aan dat het beleid inzake de mondzorg gebaseerd wordt op het rapport van de Commissie Linschoten uit 2006. Dit rapport gaat echter uit van een aantal principiële voorwaarden waaraan moet zijn voldaan, wil kwaliteit en patiëntveiligheid geborgd zijn. Er moet sprake zijn van één patiëntendossier, de academisch gevormde tandarts heeft de eindverantwoordelijkheid en daarmee de regie over het zorgproces, en de zorg moet zoveel mogelijk fysiek onder een dak worden verleend (MOED= Mondzorg Onder Een Dak).
 
 
 
 
Is de minister bereid de principiële uitgangspunten van het rapport Linschoten te respecteren en mee te nemen in het vervolg van het overleg met alle stakeholders?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
9. Collectieve afwijzing concept-AMvB

 
De hoofdopstellers van het rapport Linschoten, t.w. Prof. Rob Burgersdijk, Prof. Pauline Meurs en dhr. Robin Linschoten, hebben recent laten weten zich niet te kunnen vinden in de formulering van de beoogde AMvB. Ook de ruim 20 wetenschappelijke verenigingen in de mondzorg spreken zich collectief uit tegen een verdere verzelfstandiging van het functioneren van de mondhygiënist. De tandarts kan ontlast worden door een aantal minder complexe taken over te dragen, maar daar is geen wetswijziging voor nodig. Door middel van taakdelegatie kan de tandarts met behoud van supervisie en eindverantwoordelijkheid binnen het mondzorgteam taken verdelen. Het feit dat steeds minder tandartsen solo werken geeft aan dat de tandarts zich verder in deze rol ontwikkelt.
 
 
 
 
Is de minister ervan op de hoogte dat zowel de opstellers van het rapport Linschoten, als alle wetenschappelijke verenigingen de concept-AMvB afwijzen en is de minister bereid naar hun argumenten te luisteren?
 
 
 
 
 
 
img_185X240
 
10. Ook zorgverzekeraars wijzen concept-AMvB af

 
ONVZ en VGZ spraken zich namens de zorgverzekeraars kritisch uit over de AMvB tijdens het rondetafeldebat in oktober. Zij vrezen dat de AMvB de mondzorg gecompliceerder, onoverzichtelijker en duurder gaat maken. Daarbij wordt aangetekend dat mondhygiënisten complicaties niet kunnen opvangen en onvoldoende kennis van röntgendiagnostiek hebben. De maatregel gaat bovendien zelfstandige vestiging stimuleren, waar mondzorg onder een dak zou moeten plaatsvinden. Ook gaat extra aanbod tot meer overbehandeling leiden.
 
 
 
 
Herkent de minister zich in de kritiek van de zorgverzekeraars op taakherschikking in de mondzorg en wat gaat zij doen om de genoemde risico’s te ondervangen?
 
 
 
 
 
 
 
11. Patiëntenfederatie Nederland maakt zich zorgen over de concept-AMvB

 
De Patiëntenfederatie Nederland (PN) heeft tijdens het rondetafeldebat begin oktober aangeven dat zij zich zorgen maakt over het beleid en vindt dat er eerst duidelijke richtlijnen nodig zijn, voordat eventueel kan worden overgegaan tot het invoeren van taakherschikking. Invoering van de concept-AMvB kan leiden tot een domeinstrijd, waar juist meer samenwerking vereist is. Nederlandse patiënten zijn momenteel juist tevreden met hun mondzorg en de wijze waarop deze is georganiseerd.
 
 
 
 
Is de minister op de hoogte van het feit dat de grootste patiëntenfederatie ervoor pleit dat er eerst richtlijnen worden ontwikkeld en deelt zij deze mening?
 
 
 
 
img_185X240
 
12. Overleg met opleidingen tandheelkunde en mondzorgkunde

 
Er is een nieuw overleg gepland op 15 maart a.s., waarvoor alle opleiders in de mondzorg zijn uitgenodigd. Doel is om te inventariseren of de opleidingen tandheelkunde en mondzorgkunde met betrekking tot röntgendiagnostiek identiek zijn en dus of de concept- AMvB in de huidige vorm überhaupt haalbaar is.
 
 
 
 
Kan de minister uitleggen waarom dit overleg nu pas plaats vindt en niet voorafgaand aan de publikatie van de concept-AMVB begin september 2016?
 
 
 
 
full_img
 
img_185X240
 
13. Preventie zorgt voor grootste gezondheidswinst

 
Met de invoering van de AMvB wordt de nadruk gelegd op curatieve taken (boren) terwijl de mondhygiënist bij uitstek is opgeleid voor preventieve taken. Met preventie valt de grootste gezondheidswinst op langere termijn te halen. Het lijkt dus dat de maatregel contraproductief gaat werken voor het preventieve beleid in de mondzorg.
 
 
 
 
Kan de minister aangeven waarom mondhygiënistes moeten gaan boren, terwijl er nu al een schaarste is aan mondzorgprofessionals die zich richten op preventie?
 
 
 
 
 
 
 
2017 | Associatie Nederlandse Tandartsen  | www.ant-tandartsen.nl | Haaksbergweg 75 | 1101 BR Amsterdam
 
Wil je wijzigen hoe je deze e-mails ontvangt?
Wijzig je voorkeuren of meld je af.
 
 
Facebook   LinkedIn   Twitter   Website