Leuke weetjes, belangrijke feiten, interessante projecten en natuurlijk de agenda over Duurzaam Bodembeheer: dat is de nieuwsbrief van de Bodemacademie.
header Bodemacademie

 

Nieuwsbrief Bodemacademie 24

10 oktober 2014

Partners Bodemacademie:

    


Inhoud

Maatregelen voorkomen ondergrondverdichting
Verdichting van de ondergrond (ploegzool en dieper) is een onderschat probleem in de landbouw. CLM en Alterra maakten een factsheet die wijst op preventieve oplossingen.
Lees verder

Wat kan plantenveredeling bijdragen aan zuiniger stikstofverbruik?
Koolsoorten vragen veel stikstof (ca. 320 kg N/ha), dikwijls meer dan binnen de huidige regelgeving in een biologische vruchtwisseling kan worden geleverd. Welke rassen zijn robuust genoeg om bij een beperkte hoeveelheid stikstof (bv 100 kg N/ha) toch een economisch acceptabele en stabiele opbrengst te geven?
Lees verder

Adviesdienst Suiker Unie spijkert bodemkennis bij
Duurzaam suikerbieten telen betekent een hoge opbrengst realiseren met zo min mogelijk kunstmatige, maar vooral natuurlijke hulpbronnen. Medewerkers van de Suiker Unie spijkerden afgelopen zomer hun kennis bij over het bodemvoedselweb.
Lees verder

Sporenelementen spelen rol in bodemvruchtbaarheid
Sporenelementen in de bodem dragen mogelijk bij aan bodemweerbaarheid tegen Phytophthora cactorum. Dat blijkt uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut, PPO Lelystad en Hortinova.
Lees verder

Fotobericht: Ministerie onder de indruk van drukbezochte demo 'bodem en techniek'

Bekijk de foto’s en bijschriften hier

Melkveehouders werken aan behoud organische stof

Bestaande bodem-organischestof behouden door graslandvernieuwing en grondbewerking te minimaliseren: dat is de insteek van de kennisgroep Bodem in het project Vruchtbare Kringloop, die wordt begeleid door het Louis Bolk Instituut.
Lees verder

Agenda

 
 

Maatregelen voorkomen ondergrondverdichting

 
Verdichting van de ondergrond (ploegzool en dieper) is een onderschat probleem in de landbouw. Op grotere diepte is de verdichting niet te herstellen. Veel belanghebbenden realiseren zich niet dat vooral zandgronden een risico lopen. Herstel dat op kleigrond deels wel plaatsvindt, is bij zandgrond afwezig. CLM en Alterra maakten een factsheet die wijst op preventieve oplossingen. Hiermee kan een teler voorkomen dat opbrengsten met 20% achteruitgaan door een verdichte ondergrond.
 
De factsheet is opgesteld als onderdeel van een Europees project om de gevolgen en oplossingen voor ondergrondverdichting onder de aandacht te brengen. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van kennis en ervaring uit Zweden en België. Over dit onderwerp worden ook workshops verzorgd.
 
Meer informatie: 
Heeft u interesse in of vragen over een workshop voor boeren, loonwerkers of beleidsmedewerkers neem dan contact op met Anneloes Visser, CLM, avisser@clm.nl, 0345-470763.

naar boven
 

Wat kan plantenveredeling bijdragen aan zuiniger stikstofgebruik?


Koolsoorten vragen veel stikstof (ca. 320 kg N/ha), dikwijls meer dan binnen de huidige regelgeving in een biologische vruchtwisseling kan worden geleverd. Er is in het verleden veel onderzoek gedaan om de bemesting te optimaliseren, maar de omgekeerde vraag heeft in de veredeling nog weinig aandacht gehad: welke rassen zijn robuust genoeg om bij een beperkte hoeveelheid stikstof (bv 100 kg N/ha) toch een economisch acceptabele en stabiele opbrengst te geven? En welke planteigenschappen spelen daarbij een cruciale rol, en hoe kan je daar op selecteren als veredelaar?

Stikstofefficiëntie is de resultante van twee componenten: stikstofopname-efficiëntie en stikstofgebruiks-efficiëntie. Deze aspecten moeten steeds in onderlinge relatie onderzocht worden, omdat rassen diverse combinaties van strategieën kunnen ontwikkelen om efficiënt met een laag stikstofaanbod om te kunnen gaan. Bij de veredelingsgroep van het Louis Bolk Instituut (LBI) en bij de Leerstoel Biologische Plantenveredeling bij Wageningen University (WU) wordt met diverse gewassen gewerkt aan dit onderwerp.
 
Onlangs verscheen bij het Louis Bolk Instituut een literatuurstudie over de perspectieven om te veredelen op stikstofefficiëntie bij kool1. Daaruit blijkt dat voor kool vooral winst te behalen is bij het verbeteren van de gebruiksefficiëntie. Het lijkt daarbij van belang dat het omblad zo lang mogelijk, tot aan de oogst, actief blijft om de stikstofopname te stimuleren. Ook de herverdeling van stikstof van het oude blad naar het jonge (binnen)blad dat de kool vormt en dat niet fotosynthetisch actief kan zijn, is belangrijk. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de ideale verhouding van omblad en kool (harvest index) is in relatie tot stikstofefficiëntie, en of bladstand en bladopbouw daarbij een rol spelen.

Eerder verscheen een Nederlandstalige brochure over de mogelijkheden om te veredelen op stikstofefficiëntie bij aardappelen2 en inmiddels zijn dit jaar wetenschappelijke artikelen gepubliceerd3,4. Ook naar de mogelijkheden om te veredelen op stikstofefficiëntie bij sla5 en spinazie6 is onderzoek gedaan. Uit dit voorliggende onderzoek zijn goede aanknopingspunten gevonden voor verder onderzoek naar verbetering van stikstofefficiëntie bij deze gewassen.

Literatuurverwijzingen vindt u hier

Meer informatie: Edith Lammerts van Bueren, Louis Bolk Instituut. e.lammerts@louisbolk.nl, 0343-523 869

naar boven
 
 

Adviesdienst Suiker Unie spijkert bodemkennis bij


Duurzaam suikerbieten telen betekent een hoge opbrengst realiseren met zo min mogelijk kunstmatige, maar vooral natuurlijke hulpbronnen. Daarbij is kennis over bodemprocessen onmisbaar. De buitendienst medewerkers van Suiker Unie zijn een belangrijke bron van informatie voor de teler. In het kader van het project ‘biodiversiteit en bietenteelt’ spijkerden zij afgelopen zomer hun kennis bij over het bodemvoedselweb. Dit maakte de verhouding tussen nuttig en schadelijk bodemleven inzichtelijk en de manier waarop je dit kunt sturen met groenbemesters.
 
Voor een sterke bietenteelt in Nederland is duurzame opbrengstverhoging belangrijk. Door de wetgeving rondom gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen wordt opbrengstverhoging steeds uitdagender. Vanuit de maatschappij worden steeds hogere eisen aan de productiewijze van voedsel gesteld. Door deze ontwikkelingen wordt de zorg voor de bodem en bodemleven steeds belangrijker. Om dit onderwerp binnen de bietenteelt meer aandacht te geven is het project ‘Biodiversiteit en Bietenteelt’ opgezet. In dit project worden adviseurs en telers geïnformeerd over teeltmaatregelen welke kunnen worden genomen om de (bodem)biodiversiteit, en hiermee de bietenteelt, te verbeteren.
 
Afgelopen zomer is de interne kennis over bodem(leven) bijgespijkerd. Hiervoor is in samenwerking met CLM, IRS en DLV Plant een bodemdag voor de agrarische buitendienst van Zuid-Nederland georganiseerd. Tijdens deze dag is ingegaan op de theoretische kant van het bodemleven. Welke groepen van organismen leven er in de bodem? Welke plaats hebben de verschillende organismen in het bodemvoedselweb? Daarna is bekeken hoe een teler hierop kan inspelen. Bij welke adviezen is een teler gebaat? Nadrukkelijk werd stilgestaan bij het gebruik van de juiste groenbemester. Daarna zijn in Zeeuws-Vlaanderen diverse suikerbietenpercelen bezocht en is met telers gesproken die de bodem op verschillende manieren bewerken. Natuurlijk is ondergronds gekeken naar de ontwikkeling van de bieten, maar ook werd fanatiek gezocht naar bodemleven.
 
Meer informatie: Jurriaan Visser, Suiker Unie, jurriaan.visser@suikerunie.com

naar boven

 
 

Sporenelementen spelen rol in bodemweerbaarheid


Sporenelementen in de bodem dragen mogelijk bij aan bodemweerbaarheid tegen Phytophthora cactorum. Dat blijkt uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut, PPO Lelystad en Hortinova.

In het onderzoek zijn op 5 aardbeienbedrijven goede en slechte percelen geselecteerd. Daarnaast zijn 7 percelen geselecteerd van meerjarige proeven  op proefboerderij Vredepeel. Deze 17 grondmonsters zijn onder andere gebruikt voor een biotoets. Hierin werd de  bodemweerbaarheid in gesteriliseerde en ongesteriliseerde grond bepaald. Dit gebeurde door de grond kunstmatig te infecteren met Phytophthora cactorum en vervolgens de ziekte-ontwikkeling in aardbei te volgen.
 
In de biotoets werd een correlatie gevonden tussen de bodemweerbaarheid van de gronden en de gehalten aan onder andere kalium, calcium, magnesium en zwavel in de grond. De bodemweerbaarheid vertoonde een lichte positieve correlatie met de hoeveelheid beschikbare kalium en de calcium/magnesium verhouding in de bodem, en een negatieve correlatie met het percentage magnesium in het kationen-complex.
 
Ziektewering in gesteriliseerde gronden: fysische en chemische bodemweerbaarheid
Om het belang van de chemische en fysische component in de bodemweerbaarheid te bepalen, is ook de ziektewering in gesteriliseerde gronden gemeten. In gesteriliseerde grond werd een negatieve correlatie met de hoeveelheid beschikbare magnesium gevonden: hogere magnesiumgehaltes waren gerelateerd aan een slechtere weerbaarheid. De correlatie met zwavel was juist positief: hogere zwavelgehaltes waren gerelateerd aan een betere weerbaarheid. Magnesium en zwavel gaven samen een goede voorspelling van de bodemweerbaarheid (R2adj  0.61).
 
Ziektewering in niet- gesteriliseerde gronden: biologische  bodemweerbaarheid
Het verschil in weerbaarheid tussen gesteriliseerde en niet-gesteriliseerde grond  is een indicatie voor de bijdrage  van het bodemleven aan  bodemweerbaarheid. Die bijdrage nam af bij een toename van zwavel in de bodem (R2adj  0.45). Dus: bij lagere zwavelgehaltes in de bodem levert het bodemleven een grotere bijdrage aan de ziektewerende eigenschappen van de grond dan bij hogere zwavelgehaltes. Het sterke effect van borium op ziektewering, dat in eerdere proeven van het Louis Bolk Instituut werd gevonden, werd in deze proeven niet bevestigd.
 
Vervolgonderzoek
Dit jaar wordt onderzocht of bijbemesting met zwavel leidt tot een betere bodemweerbaarheid tegen Phytophtora en Rhizoctonia. Dit is vooral relevant voor bodems met lage zwavelgehaltes.
 
Dit project is gefinancierd vanuit het EZ onderzoeksprogramma Duurzame Bodem en vanuit de stuurgroep LIB (Landbouw Innovatie Noord-Brabant).

Meer informatie: 
Willemijn Cuijpers, Louis Bolk Instituut, w.cuijpers@louisbolk.nl, 0343-523 868
Jan Lamers, WUR-PPO, jan.lamers@wur.nl


naar boven
 

Fotobericht: Ministerie onder de indruk van drukbezochte demo 'bodem en techniek'

 

Vrijdag 5 september kwamen ruim 100 bezoekers naar de velddemonstratie ‘Hoge opbrengst en schoon water met grondige aanpak’ in Vessem.
 

Bij de opening liet Wilbert van Zeventer van het ministerie van I & M weten dat bodem en water een speerpunt is. Hij gaf aan dat maatwerk in het beleid, ook rond mineralen, mogelijk is. Er kunnen equivalente maatregelen voorgesteld worden, mits de milieudoelen gehaald worden en de uitvoering goed geborgd is.


De demo werd georganiseerd door het praktijknetwerk ’Hoge opbrengst en schoon water met grondige aanpak’ i.s.m. Schoon Water voor Brabant en van Beers Agro. 


Het praktijknetwerk van 5 biologische en gangbare telers en leveranciers (Kverneland, Alliance, Agrometius, Soiltech en DLV Plant) promoten gezamenlijk hun aanpak. 


De praktijknetwerkdeelnemers combineerden technieken voor goed bodembeheer. Een goede bodemkwaliteit heeft minder meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen nodig. Wat de waterkwaliteit ten goede komt.


De bezoekers hadden veel belangstelling voor de demo’s in mais, suikerbieten en aardappelen.


Van Zeventer vond het een “geweldig goede middag” en beloofde hiervan verslag te doen binnen het ministerie.
 
Meer informatie: Anneloes Visser, CLM, avisser@clm.nl, 0345 470 763

naar boven
 
 

Melkveehouders werken aan behoud organische stof


Bestaande bodem-organischestof behouden door graslandvernieuwing en grondbewerking te minimaliseren: dat is de insteek van de kennisgroep Bodem in het project Vruchtbare Kringloop.
In deze kennisgroep, die wordt begeleid door het Louis Bolk Instituut, werken de melkveehouders aan maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Bodem- en kuilanalyses uit het lab en bodembeoordeling in het veld vormen daarbij het startpunt.

 
Doorzaaien kan een alternatief zijn voor grasland scheuren en opnieuw inzaaien. Een veehouder uit de kennisgroep heeft een demo aangelegd waarin ervaring wordt opgedaan met doorzaaien. De eerste resultaten laten zien dat, zoals verwacht, doorzaai meer kiemplanten per m2 oplevert dan niets doen. Een andere veehouder heeft een demo aangelegd om minder organische stof te verliezen in de bouwlandfase, door maïs in stroken te telen. Bij de maisteelt zijn verschillende grondbewerkingen toegepast. Het effect op het aantal regenwormen in de bodem is zichtbaar in de grafiek. Duidelijk is dat ploegen van grasland voor maisteelt in één klap halveert, en dat de roterende bewerking van spitten nog meer regenwormen in stukken hakt. Momenteel wordt onderzocht of deze kortetermijneffecten ook op de lange termijn optreden.


Fig. Regenwormbiomassa onder bestaand gras (blauw) en ingezaaide maïs (rood, groen en paars) bij verschillende typen grondbewerking, twee weken na bewerking.
 
Aan het project Vruchtbare Kringloop nemen zo’n 250 melkveehouders uit de Achterhoek en de Liemers deel. Vruchtbare Kringloop wordt mogelijk gemaakt door LTO Noord Fondsen, Waterschap Rijn en IJssel, ForFarmers Hendrix en Rabobank.
 
Meer informatie: Nick van Eekeren, Louis Bolk Instituut, n.vaneekeren@louisbolk.nl, 0343-523862.

naar boven
 

Agenda


7 november: Kick-off bijeenkomst Jaar van de Bodem, Zonnehoeve, Zeewolde
Van alles gaat er gebeuren in het Jaar van de Bodem 2015: campagnes, discussies, excursies, debatten, films. Het feest begint dit jaar al met een prachtige campagne: Mr Humusje laat ons weten hoe we beter voor hem kunnen zorgen. Hier kan je vast naar hem kijken en hier kan je zeggen dat je hem mooi vindt. Op 7 november is er een Kick-off bijeenkomst op de Zonnehoeve, biologische boerderij van Piet van IJzendoorn de bodemboer, waar we het jaar van de bodem vast vieren. Klik hier om op de hoogte te blijven of stuur een mail om een uitnodiging krijgen.
Meer informatie en aanmelden: http://www.down2earth.nu/kick-off-2015.html
 
7 november: NBV themadag bodemecologie, Wageningen
De Nederlandse Bodemkundige Vereniging (NBV) organiseert in samenwerking met het NIOO-KNAW een themadag over bodemecologie. Bodemecologie is een onderzoeksveld waarin de ontwikkelingen momenteel snel gaan, o.a. door nieuwe analyse en monitoringstechnieken en het beschikbaar komen van nieuwe data. Ook vanuit de landbouwpraktijk is er meer interesse in het bodemleven en wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen van bruikbare indicatoren. Op deze themadag komen zowel de ontwikkelingen op onderzoeksgebied als in de praktijk aan bod.
Meer informatie en aanmelden liefst voor 31 oktober via www.bodems.nl
 
3 december: Grond om te boeren Smart Farming, Arnhem
Smart farming gaat over high tech en toepassing van innovatieve middelen in de akkerbouw; op exact de juiste plek, exact het juiste tijdstip en in exact de juiste hoeveelheid. Smart farming gaat ook over perfectie van het management, de basis van ieder gezond akkerbouwbedrijf. Op dit congres, georganiseerd door vakblad Boerderij, wordt u in één dag bijgepraat over smart farming.
Meer informatie en aanmelden: http://www.boerderij.nl/Akkerbouw/Grond-om-te-Boeren/

naar boven
Copyright © 2014 Louis Bolk Instituut, All rights reserved.
Email Marketing Powered by Mailchimp