Leuke weetjes, belangrijke feiten, interessante projecten en natuurlijk de agenda over Duurzaam Bodembeheer: dat is de nieuwsbrief van de Bodemacademie.
Partners van de Bodemacademie:
  en 

28 maart 2012
Redactioneel

Lees meer

CLM lanceert online meetlat voor agro-biodiversiteit

CLM heeft een nieuwe internet-meetlat ontwikkeld voor biodiversiteit: Gaia. De komende maanden gaat CLM met die meetlat op ca. 100 bedrijven de inzet van agrariërs in beeld brengen.

Lees meer

Levendige discussie over bemesting op studiedag biologische fruitteelt

De vereniging van biologische fruittelers, Prisma, organiseerde op 31 januari in Dronten een studiedag waar Bart Timmermans en Jan Bokhorst namens het LBI presentaties gaven over bodemkwaliteit en bemesting in de fruitteelt.

Lees meer

Multinationals willen bodemkwaliteit monitoren

Eenduidig meten hoe duurzaam de landbouw is, uiteindelijk wereldwijd, en zo duurzame productie stimuleren. Dat willen de bedrijven die samenwerken in het SustainableAgricultureInitiative (SAI-Platform).

Lees meer

Uitstekende milieuprestaties Friese melkveehouders beloond met certificaat

Zestien melkveehouders uit de Friese Wouden zijn vrijdag 17 februari in het zonnetje gezet vanwege de op hun bedrijf behaalde milieuresultaten.

Lees meer

Verhoogt bodemorganischestof de weerbaarheid tegen stengelbasisrot bij aardbeien?

Binnen het project Functionele Agro Biodiversiteit (FABII) zijn verbanden gelegd tussen biodiversiteit op en rondom het landbouwbedrijf en het effect daarvan op de gewassen in het veld.

Lees meer

Biomassa cruciaal voor bodemkwaliteit

Er is volop discussie over de transitie van een zogenaamde “fossil fuel based economy”, een economie draaiend op het gebruik van fossiele brandstoffen, naar een Bio based economy.

Lees meer

Beslisboom leidt via een gezonde bodem naar zuiver water

Het project ‘Zuiver Water in de Bommelerwaard’ is gericht op het verminderen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater.

Lees meer

Onderzoek naar bemesting en bodemorganischestof op het Mest Als Kans-proefveld

Het proefveld “Mest Als Kans” wordt sinds 1999 door het Louis Bolk Instituut onderhouden. Op dit proefveld worden 13 verschillende bemestingsvarianten vergeleken. De mogelijkheid om effecten van bemestingsstrategieën te bepalen gedurende meerdere jaren is uniek.
Lees meer

Agenda

Lees 'm hier

Colofon





Redactioneel

In deze Bodemacademienieuwsbrief passeren verschillende initiatieven en projecten op het gebied van duurzaam bodembeheer de revue. Zoals u ziet heeft de nieuwsbrief een nieuwe opmaak - zo krijgt u snel een overzicht van alle stukken en kun u doorklikken om verder te lezen.
Hanneke Oosterbaan van CLM schrijft over een beslisboom die veehouders kan ondersteunen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te beperken. Een ander voorbeeld van succesvolle samenwerking op milieugebied wordt gegeven door Everhard van Essen van Aequator. Hij schrijft over de samenwerking tussen melkveehouders en agrarische natuurvereniging NFW in Friesland.
Ook in het bedrijfsleven ontstaat langzamerhand meer aandacht voor duurzaam bodembeheer, zoals het stuk van Gijs Kuneman over het SustainableAgricultureInitiative laat zien. Ook bij de ontwikkeling  van GAIA, een internet-meetlat voor biodiversiteit ontwikkeld door het CLM, waren verschillende bedrijven en boeren betrokken. Meer hierover is te lezen in het stuk van Henk Kloen.
In de biologische fruitteelt is wellicht een andere manier van denken over bemesting nodig dan in de gangbare fruitteelt – één die meer gericht is op het in stand houden van de bodemvruchtbaarheid. Hierover schrijft Jan Bokhorst. Dit sluit aan bij het onderzoek op het Mest Als Kans-proefveld, waarin de relatie tussen bemesting, bodem en gewas wordt onderzocht, zoals te lezen is in het stuk van Geert-Jan van der Burg.
Freek Morel en Piet Rombouts van de Brabantse Milieufederatie wijzen er in hun opiniestuk op dat de bodem niet over het hoofd gezien moet worden in de discussie over het gebruik van biomassa.
Duurzaam bodembeheer is veelzijdig en volop in ontwikkeling, dat is na het lezen van deze nieuwsbrief duidelijk.

Petra Rietberg. Meer info: Louis Bolk Instituut, p.rietberg@louisbolk.nl
terug


CLM lanceert online meetlat voor agro-biodiversiteit


CLM heeft een nieuwe internet-meetlat ontwikkeld voor biodiversiteit: Gaia. De komende maanden gaat CLM met die meetlat op ca. 100 bedrijven de inzet van agrariërs in beeld brengen. Bijvoorbeeld de variatie aan gewassen, oppervlakte en beheer van slootkanten, bodemleven en nestkasten op het erf. De meetlat levert een biodiversiteitscore op in heldere diagrammen. Zo kunnen boeren hun bedrijf vergelijken met het gemiddelde van de agrarische natuurvereniging of in de regio.

De meetlat brengt de inzet voor biodiversiteit in beeld: maatregelen die agrariërs nemen op zes thema’s of bouwstenen (zie figuur). Eén van die bouwstenen vormen maatregelen in het perceel die productie ondersteunen, oftewel het bevorderen van natuurlijke vrienden en van bodemleven. Hierin zijn vragen opgenomen over de intensiteit van grondbewerking, van bespuitingen, wijze van bemesting en beweiding, en aanwezigheid van bloeiende gewassen en groene bedekking in de winter.
Aanvullend levert de meetlat ook een te verwachten effect van de maatregelen op 11 soortengroepen op, zoals bodemleven, weidvogels of bosflora. Voor “natuurlijke vrienden en bloembezoekers” worden daarbij niet alleen de maatregelen in de percelen gewogen, maar ook maatregelen in kruidenranden, slootkanten en houtsingels meegewogen.
De meetlat is ontwikkeld samen met boeren en met inbreng van bedrijven zoals SuikerUnie, Unilever en Cono. Tijdens de presentatie van de meetlat op 9 februari bleken food bedrijven, agrarische organisaties en overheden geïnteresseerd de meetlat te gaan gebruiken. Voedingsbedrijven kunnen de meetlat gebruiken  in hun duurzaamheidsprogramma’s, desgewenst ook  gekoppeld aan certificering. Sikke Meerman van Unilever: “Het meetbaar maken van biodiversiteit is een van de vijf hoofdelementen van ons duurzaamheidsprogramma.” Agrarische natuurverenigingen kunnen zich profileren en de meetlat inzetten om hun prestaties te laten zien. Maar ook kan de meetlat gebruikt worden om verschillende scenario’s voor de vergroening van het GLB beleid te verkennen.
De meetlat is gratis toegankelijk voor individuele boeren. Voor agrarische natuurverenigingen is er een aanbieding om groepsrapportages te maken als voor 1 mei minstens 20 leden de meetlat invullen. Partijen die de meetlat voor groepen willen inzetten, kunnen een gebruikersovereenkomst afsluiten. Daarbij is maatwerk mogelijk in de vragenlijst, de groepsbegeleiding en groepsrapportages. Agrariërs kunnen hun score voor biodiversiteit nu al bepalen via http://gaiameetlat.nl

I   

Figuur: voorbeeldresultaten van een groep melkveebedrijven in het veenweidengebied

Meer informatie: CLM, Henk Kloen, tel 0345 470700, hkloen@clm.nl
terug


Levendige discussie over bemesting op studiedag biologische fruitteelt


De vereniging van biologische fruittelers, Prisma, organiseerde op 31 januari in Dronten een studiedag waar Bart Timmermans en Jan Bokhorst namens het LBI presentaties gaven over bodemkwaliteit en bemesting in de fruitteelt. Het verzorgen van de bodemkwaliteit en een efficiënt gebruik van meststoffen is mede door  regelgeving van groot belang. Er is in de praktijk evenwel nog veel  onzekerheid over de wenselijke wijze van bodemverzorging en het gedrag van mineralen in de bodem.  Beide hangen  nauw samen en dat maakt het nog ingewikkelder. Voor bodemverzorging zijn voldoende aanvoer van organische stof en voeding van het bodemleven belangrijk. Bij het bodemleven zijn regenwormen van groot belang en die worden sterk gestimuleerd door vlinderbloemigen en dierlijke mest.  Ook drijfmest kan de regenwormenpopulatie onderhouden.
Bodemverzorging met dierlijke mest in plaats van met kunstmest heeft veel invloed op de stikstof- en fosfaatlevering. Zowel de zwaarte van de grond,  het weer als karakteristieken van meststoffen hebben invloed op mate en tijdstip van stikstoflevering. Met behulp van het  stikstof-simulatiemodel Ndicea, demonstreerde Timmermans dat stikstof uit dierlijke mest langzamer beschikbaar komt voor de plant dan minerale stikstof uit kunstmest. Ook liet hij zien dat het daardoor bijna onmogelijk is om de piek in stikstofbeschikbaarheid tijdens de bloei van de fruitbomen te realiseren, die in de gangbare fruitteelt aangeraden wordt – maar wellicht is dat ook niet nodig. Bij regelmatig gebruik leveren organische meststoffen op lange termijn meer stikstof. Onder de fruittelers bleek nog veel behoefte te bestaan aan meer kennis over dit onderwerp.
 Jan Bokhorst benadrukte ten slotte het belang van beoordeling van de bodemkwaliteit in een kuil. Door een kuil te graven en te bestuderen wordt duidelijk wat de uitgangssituatie is en in welke mate en op welke wijze actie moet worden ondernomen. In de tweede helft van 2012 zal door DLV en het LBI een brochure worden uitgegeven waar de kernpunten van bodembeheer en bemesting in worden uitgewerkt.

Jan Bokhorst, info@gaiabodem.nl
terug


Multinationals willen bodemkwaliteit monitoren


Eenduidig meten hoe duurzaam de landbouw is, uiteindelijk wereldwijd, en zo duurzame productie stimuleren. Dat willen de bedrijven die samenwerken in het SustainableAgricultureInitiative (SAI-Platform) – bedrijven zoals Unilever, McCain en Heineken. Als boeren overal op dezelfde manier duurzaamheid meten, beoordelen en rapporteren, zijn de cijfers beter vergelijkbaar. Met meer inzichtelijke cijfers is het vervolgens mogelijk om verbetering te stimuleren. Bijvoorbeeld over bodemkwaliteit.
CLM schrijft momenteel de Terms of reference voor het SAI Platform voor die consistente beoordelingsmethode. Dat gaat over water, klimaat, nutriënten, afval, pesticiden, biodiversiteit, landgebruik en bodem. Indicatoren en methoden voor dierenwelzijn, sociale en economische aspecten worden elders uitgewerkt. De uitdaging is om het simpel te houden: met een klein aantal indicatoren en een eenvoudige rekenmethode toch een betrouwbaar beeld krijgen van de duurzaamheid op het boerenbedrijf. Waarmee de boer kan zien hoe hij jaarlijks beter presteert, en voedingsbedrijven uit de gemiddelde cijfers uit een bepaald gebied of een bepaalde sector kunnen (laten) zien wat de trend is. Het gaat er niet om dat een boer een bepaalde norm haalt, of wordt afgerekend op prestaties.
Bodem is natuurlijk een sterk lokaal gebonden thema (net als de meeste andere thema’s, overigens). De drie onderdelen waarop de bodem waarschijnlijk beoordeeld wordt zijn organischestofgehalte op basis van een koolstofbalans, aanpak van erosie en pH.


meer informatie:CLM, Gijs Kuneman, gkuneman@clm.nl
terug


Uitstekende milieuprestaties Friese melkveehouders beloond met certificaat

Zestien melkveehouders uit de Friese Wouden zijn vrijdag 17 februari in het zonnetje gezet vanwege de op hun bedrijf behaalde milieuresultaten. De boeren kregen hiervoor van de agrarische natuurvereniging de Noardlike Fryske Wâlden (NFW) een zogenaamd Woudencertificaat uitgereikt.
Sinds 2006 deelt de NFW certificaten uit aan leden die aantoonbaar bijzondere prestaties leveren op milieugebied. Deze boeren werken aan een gezonde kringloop. Ze verbruiken minder belastende mineralen in vergelijking met collega’s. “Zij zijn duurzaam bezig op hun boerderij. Dat noemen we kreas en tûk buorkje, oftewel schoon en slim boeren. Ze gebruiken minder kunstmest en benutten stoffen als stikstof en fosfaat efficiënter. Daardoor krijg je minder milieubelasting in ons waardevolle landschap met onder andere elzensingels, boomwallen en pingo’s”, aldus voorzitter Folkert Algra van de NFW-themagroep ‘landbouw, milieu en water’. Algra mocht de certificaten vrijdag in Noardburgum tijdens de bijeenkomst ‘Duurzaam Boer Blijven in Fryslân’ overhandigen aan zestien melkveehouders. Aequator Groen & Ruimte begeleidt dit project en coördineert de thema’s landbouw, milieu en water voor de NFW.
Het Woudencertificaat is ontwikkeld door de Noardlike Fryske Wâlden samen met Wageningen University & Research centre. Voorwaarden voor het verkrijgen van een Woudencertificaat zijn onder andere dat het kunstmestgebruik niet meer dan 125 kilo stikstof per hectare is, het stikstofoverschot op het bedrijf kleiner is dan 140 kilo per hectare, het fosfaatoverschot maximaal 40 kilo per hectare is, en het gemiddelde ureumgehalte in de melk 25 of minder is. De boeren zijn zich er hierdoor van bewust dat ze meer en meer goed moeten zorgen voor de bodem. Daarnaast moeten de bedrijven actief deelnemen aan studiegroepbijeenkomsten en aan natuur- en landschapsbeheer doen. Algra hoopt dat meer boeren op een milieuvriendelijke wijze gaan boeren. “Veel melkveehouders die lid zijn van een van onze agrarische natuur- en milieuverenigingen voldoen al aan de eisen van het duurzaam boeren. Ze moeten het alleen nog precies kunnen aantonen met cijfers.”
 
Fotobijschrift: Folkert Algra van de Noardlike Fryske Wâlden reikt Woudencertificaten uit.

Meer informatie: Aequator, dhr. E.A. (Everhard) van Essen, evanessen@aequator.nl
terug


Verhoogt bodemorganischestof de weerbaarheid tegen stengelbasisrot bij aardbeien?

Binnen het project Functionele Agro Biodiversiteit (FABII) zijn verbanden gelegd tussen biodiversiteit op en rondom het landbouwbedrijf en het effect daarvan op de gewassen in het veld. Afgelopen jaar is FAB II afgesloten en de verzamelde kennis en ervaringen zijn gebundeld in vier brochures. Eén van deze brochures gaat over biodiversiteit en bodem.
Binnen FAB-bodem is vooral naar de teelt van aardbeien gekeken. Afgelopen jaar is in de kas een biotoets met de schimmel stengelbasisrot (phytophthora cactorum) als ziekteverwekker uitgevoerd met grond van 11 verschillende aardbeibedrijven. Gedurende een aantal weken zijn planten die groeiden op 1 van de 11 gronden gescoord op ziekteverschijnselen die veroorzaakt werden door stengelbasisrot. Uiteindelijk werd de ‘oppervlakte onder ziektedrukcurve’ (area under disease pressure curve) uitgerekend, een maat voor de ziektedruk per bedrijf. De ziektewerendheid tegen stengelbasisrot verschilde aanzienlijk tussen de bedrijven. De ziektewerendheid was hoger bij bedrijven die grondontsmetting achterwege lieten. Ook leek de ziektedruk lager op bedrijven met een hoger organischestofgehalte, maar die relatie is niet heel erg overtuigend (zie figuur).
Het gebruik van compost voorafgaand aan de teelt had geen direct effect op de ziektewering.
Bijna de helft van de deelnemende bedrijven maakte gebruik van dierlijke mest waarmee ook het gehalte organische stof wordt verhoogd. Bekend is dat strorijke mest meer bijdraagt om het organischestofgehalte te verhogen dan drijfmest. Voor telers is het echter lastig om het organischestofgehalte op korte termijn te verhogen: dat kost namelijk vele jaren.
In vergelijking met een eerdere biotoets in 2009 was de ziektedruk dit keer lager. Dit komt waarschijnlijk door hogere temperaturen in de kas dan in 2009, waardoor de grond in de potten eerder uitdroogde wat ongunstig was voor de schimmel die stengelbasisrot veroorzaakt.


Louis Bolk Instituut, Paul Belder, p.belder@louisbolk.nl 
terug



Biomassa cruciaal voor bodemkwaliteit

Er is volop discussie over de transitie van een zogenaamde “fossil fuel based economy” , een economie draaiend op het gebruik van fossiele brandstoffen, naar een Bio based economy. De Bio based economy is een economie die draait op het verwerken van biomassa en groene grondstoffen tot onder andere brandstoffen en chemische producten. Kortom het opwaarderen van biomassa tot producten en materialen. Hiervoor worden (rest)producten uit de gehele productiecyclus gebruikt, zoals uit de agro- en voedingsindustrie. Door het gebruik van biomassa en andere organische producten voor het opwekken van energie kunnen fossiele brandstoffen vervangen worden. Maar is de ontwikkeling naar een dergelijke economie wel haalbaar?
Niet alle biomassa zou ingezet moeten worden voor energieopwekking. Biomassa moet geselecteerd worden op hoogwaardigheid in kwaliteit, en daarbij moet als eerste worden gekeken naar het effect van het gewas op de bodem. Biomassa kan ook gecomposteerd worden, en zo als bodemverbeteraar worden toegepast. Dat is belangrijk, want men kan immers alleen goede kwaliteit producten verbouwen op goede grond.
We zouden geen biomassa moeten telen op gronden waar ook goede kwaliteit voedsel geproduceerd kan worden. Dan concurreert het produceren van energie met de voedselproductie. Grond moet hoogwaardig worden benut en voedselproductie is een hoogwaardiger toepassing dan het produceren van energie.
Biomassa die ingezet kan worden voor het behoud van een goede kwaliteit bodem moet daarvoor gebruikt worden, om nieuwe gewassen te kunnen produceren. Zo houdt men de kringloop in stand. Biomassa die hier geschikt voor is, zijn bijvoorbeeld restproducten die direct vrijkomen bij het oogsten en hout en maaisel uit bossen.
Andere reststromen, uit de agro- en voedingsindustrie, zijn juist wel geschikt zijn om energie uit te halen. Aan deze stromen zijn vaak al een hoop stoffen toegevoegd. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor de bodem. Om deze reden is het aantrekkelijk om deze stoffen juist in te zetten als energie bron of in te zetten om nieuwe producten of materialen te maken, bijvoorbeeld bio-plastics.
Eén ding is zeker, we moeten af van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Het is belangrijk om alle ogen open te houden en kansen aan te grijpen om duurzame energie op te wekken en het gebruik van fossiele energie te verminderen. Echter wel met het oog op het behoud van een goede bodemkwaliteit.

Meer informatie: Brabantse Milieufederatie, Freek Morel en Piet Rombouts, bmf@brabantsemilieufederatie.nl.
terug


Beslisboom leidt via een gezonde bodem naar zuiver water

Het project ‘Zuiver Water in de Bommelerwaard’ is gericht op het verminderen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater. Tijdens een veldbijeenkomst afgelopen zomer met een aantal deelnemende veehouders is de maïsteelt onder de loep genomen. Naast de gewasbescherming zijn andere aspecten van de teelt, zoals bodembeheer ook erg belangrijk om de overlast van onkruid te beperken. Veehouders vinden het lastig om alle aspecten te overzien en de juiste keuzes te maken met betrekking tot grondbewerking, zaaien, bemesting, onkruidbestrijding, et cetera. Een juiste keuze van teeltmaatregelen houdt de onkruiddruk laag en beperkt het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen.
Daarom is een handige beslisboom voor de maïsteelt opgesteld. Uitgangspunt is de zwaarte van de klei. Gedurende het groeiseizoen kunnen verschillende keuzes worden gemaakt voor grondbewerking, bemesting en gewasbescherming. De beslisboom is beschikbaar voor drie type kleigronden (lichte, zware en zeer zware kleigrond).
Het doel van het project ‘Zuiver Water in de Bommelerwaard’ is de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater te verminderen. Drinkwaterbedrijf Dunea wint oppervlaktewater uit de Afgedamde Maas en wil deze bron beschermen. Waterschap Rivierenland werkt aan verbetering van de ecologische waterkwaliteit in het gebied. CLM en DLV voeren het project uit en stimuleren veehouders, fruittelers en glastuinders gebruik en emissie van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen.
De beslisboom is te vinden op de website van CLM


Afbeelding: Deel van de beslisboom voor zware klei.

Meer informatie: CLM, Hanneke Oosterbaan, hoosterbaan@clm.nl
terug


Onderzoek naar bemesting en bodemorganischestof op het Mest Als Kans-proefveld

Het proefveld “Mest Als Kans” wordt sinds 1999 door het Louis Bolk Instituut onderhouden. Op dit proefveld worden 13 verschillende bemestingsvarianten vergeleken. De mogelijkheid om effecten van bemestingsstrategieën te bepalen gedurende meerdere jaren is uniek.
In 2011 is opnieuw een uitgebreide analyse uitgevoerd van bodem en gewas. De metingen van de bodemorganischestof laten zien dat opbouw van organische stof op lichte gronden met een hoge pH een lastige opgave is. Met alléén kunstmest lukt het net om het bodem organische stof gehalte op een laag niveau in stand te houden met de wortel- en gewasresten. Extra toevoer in de vorm van mest (rundveedrijfmest, potstalmest) of compost (GFT-compost, natuurcompost) levert geleidelijk een hoger organischestofgehalte op. In de plotjes bemest met natuurcompost is het bodemorganischestofgehalte significant hoger dan in de plotjes met andere bemestingen. In de plotjes bemest met natuurcompost heeft dan ook de grootste aanvoer van organische stof plaatsgevonden. De gegevens over 2011 worden momenteel verder uitgewerkt en zullen in de loop van dit jaar gepubliceerd worden.


Meer informatie: Louis Bolk Instituut, Geert-Jan van der Burgt, g.vanderburgt@louisbolk.nl
terug


Agenda


27 en 28 maart 2012: Cursus verzilting. De aard van verzilting in Noord- en West-Nederland en de kansen en bedreigingen daarvan worden in deze cursus, georganiseerd door de WUR, behandeld. Meer informatie op http://www.wbs.wur.nl/NL/.
 
28 maart 2012: Cursus bodem en bemesting steenfruit
DLV Plant en de Fruitacademie organiseert een workshops die deels gewijd is aan bodem en bemesting in de steenfruitteelt. Locatie waarschijnlijk Boxtel. Meer info: www.dlvplant.nl
 
12 april 2012: Verschillende activiteiten in het kader van de Dag van de Praktijk, georganiseerd door het expertisenetwerk Bodem en Ondergrond in samenwerking met het Initiatief Bewust Bodemgebruik. Op verschillende plaatsen in Nederland, waar de bodem bewust wordt gebruikt en duurzaam beheert, wordt open dag gehouden. Projectleiders door het hele land verzorgen een excursie of bijeenkomst op locatie en gaan graag met u in gesprek over hun praktijkervaring. Meer informatie op www.expertisenetwerkbodemenondergrond.nl.
 
12 april 2012: Dag van de Praktijk in het veenweidengebied, georganiseerd door CLM.
Discussieer mee over vraagstukken rondom bodembeheer in het veenweidegebied. Recente resultaten van het project "Duurzaam bodembeheer veenweiden" geven een nieuwe kijk op het belang van bodemstructuur, bodemleven voor onder andere grasproductie, weidevogelbeheer en klimaatmitigatie. Neem een kijkje in het veld en probeer de nieuwe navigator VeenVeen uit. Houd voor meer informatie over deze praktijkdag www.bodemveenweiden.nl in de gaten.

zaterdag 28 april – Bodemvruchtbaarheid verdiepingsdag.
zaterdag 28 april – Bodemvruchtbaarheid verdiepingsdag. Centraal op deze verdiepingsdag staan de begrippen bodembiologie en bodemstructuur. Doel is om je zowel de theoretische kennis als de praktische vaardigheden aan te reiken die je nodig hebt om een bodem te kunnen inventariseren. En om te zien welke maatregelen de bodemvruchtbaarheid kunnen verbeteren. Docent is bodemspecialist Albert Jansen.
Klik hier voor meer informatie

terug

Colofon

Aan deze nieuwsbrief werkten mee:
Petra Rietberg (redactie), Rutger Amons (opmaak), Paul Belder, Geert-Jan van der Burgt (LBI)
Henk Kloen, Gijs Kuneman, Hanneke Oosterbaan, Anneloes Visser (CLM)
Freek Morel, Piet Rombouts (Brabantse Milieufederatie)
Jan Bokhorst (Gaiabodem)
Everhard van Essen (Aequator)

Partners van de Bodemacademie::

  en 

Copyright © 2012 Louis Bolk Instituut, All rights reserved.
Email Marketing Powered by Mailchimp